logo CLARIFIDE Plus

De Dairy Wellness Profit-index in de praktijk:

Het verwachte levensrendement nauwkeurig voorspellen


beeld bij levensrendement voorspellen Om een hoge levensproductie met minder jongvee te realiseren, is het belangrijk om op jonge leeftijd het verwachte rendement te kunnen voorspellen. Uit recent onderzoek blijkt dat de Dairy Wellness Profit-index (DWP$) een betrouwbare voorspeller is van werkelijke koeprestaties over de hele levensduur. De hoogst scorende dieren leveren €680 meer rendement op dan de dieren met de laagste DWP$ score.

De DWP$ is een genomische fokwaarde die productie, vruchtbaarheid, levensduur, afkalfgemak, exterieur en gezondheid van koe en kalf uitdrukt in een gewogen economische waarde ($). De index wordt uitgedrukt in dollars, omdat deze in de Verenigde Staten ontwikkeld is, maar wordt inmiddels wereldwijd gebruikt. Een melkveehouder kan met de DWP$ een betrouwbare rangschikking maken en dieren met elkaar vergelijken op basis van hun genetische potentieel voor rendement uit een efficiënte melkproductie en goede gezondheid.

Hogere DWP$, hoger rendement
In Amerikaans onderzoek1 werden 2185 vrouwelijke Holstein-dieren (geboren in 2011) van vijf bedrijven gerangschikt op basis van hun DWP$-waarde uit merkertest CLARIFIDE Plus. De onderzoekers bouwden een database op van deze dieren met productiegegevens, ziekte-incidenties, vruchtbaarheids- en kalfdata van de periode 2011 tot en met april 2019. Voor elk dier werd het individuele levensrendement berekend met behulp van de volgende formule: levensrendement = melkopbrengsten minus voerkosten + waarde kalveren + waarde bij afvoer - opfokkosten - inseminatiekosten - ziektekosten - genomische kosten - overige kosten (o.a. huisvesting, machines, verzekeringen etc.). Op basis van hun DWP$-waarde werden alle dieren ingedeeld in vier kwartielgroepen voor een vergelijking tussen de 25% beste en 25% slechtste dieren. De dieren in de beste kwartielgroep realiseerden gemiddeld €680 meer rendement tijdens hun levensduur (tabel 1).

Tabel 1: Gerealiseerd levensrendement en economische waarde op jaarbasis over levensduur
tabel 1

Per punt DWP$, €1,54 hoger rendement
Uit deze studie blijkt een stijging van het werkelijk gerealiseerde levensrendement van €1,54 per punt stijging van de DWP$ (figuur 1). Dit bewijst dat dieren met een hogere DWP$, ook daadwerkelijk een hoger levensrendement realiseren en dat de melkveehouder door te selecteren op deze index, direct selecteert op rendement.

Figuur 1: DWP$ en gerealiseerd levensrendement
DWP$ en gerealiseerd levensrendement

Meer opbrengsten uit melk
Het verschil in rendement komt voort uit het verschil in melkproductie, dagen in melk en ziekte-incidentie over de hele levensduur (zie tabel 2 en 3). Dieren in de beste kwartielgroep (dus de 25% met de hoogste DWP$-waarde) gaven 8.079 kg meer melk en bleven 202 dagen langer op het bedrijf. Bij een melkprijs van 30 eurocent komt dat neer op €2.423 meer melkopbrengst.

Tabel 2: DWP$ en prestaties tijdens het productieve leven
tabel 2

Minder baarmoederontsteking, mastitis en klauwproblemen
Het vermogen van een dier om gezond te blijven, beïnvloedt ook haar opbrengst. In de DWP$ wegen (economisch relevante) gezondheidskenmerken zwaar mee. Dat is ook terug te zien in de ziekte-incidentie. De koeien met de 25% hoogste DWP$-waarde hadden gemiddeld in de praktijk ook minder baarmoederontsteking, minder vaak mastitis en minder klauwproblemen (zie tabel 3).

Tabel 3: DWP$ en werkelijke ziekte-incidentie gedurende levensduur
tabel 3

De incidentie van mastitis en kreupelheid neemt toe, naarmate dieren ouder worden1. De incidentie van baarmoederontsteking is juist bij eerstekalfskoeien het hoogst. In figuur 2 is te zien dat in de slechtst presterende DWP$-groep de incidentie van baarmoederonsteking 16% was, en de best presterende DWP$-groep 9%.

Figuur 2: DWP$ en werkelijke incidentie baarmoederontsteking over levensduur naar lactatienummer
DWP$ en werkelijke incidentie baarmoederontsteking over levensduur naar lactatienummer legenda

De mastitisincidentie (›1 keer mastitis tijdens de lactatie) nam toe met het lactatienummer (figuur 3). In de vierde lactatie was de incidentie het hoogst. In de slechtst scorende DWP$-groep kreeg 68% een of meer keer mastitis, de incidentie in de best scorende groep lag op 58%.

Figuur 3: DWP$ en werkelijke incidentie mastitis over levensduur naar lactatienummer
DWP$ en werkelijke incidentie mastitis over levensduur naar lactatienummer legenda

In figuur 4 is te zien dat tijdens elke lactatie, de beste DWP$-groep een lagere incidentie van kreupelheid had dan de slechtste DWP$-groep.

Figuur 4: DWP$ en werkelijke incidentie kreupelheid over levensduur naar lactatienummer
DWP$ en werkelijke incidentie kreupelheid over levensduur naar lactatienummer legenda

Selecteren op productie en gezondheid
Vroege selectie op ziekterisico draagt eraan bij om op termijn een veestapel te fokken die ook op oudere leeftijd efficiënt produceert, met zo min mogelijk beperkingen door ziekte en bijbehorende ziektekosten. Het is een feit dat oudere koeien een hogere melkproductie hebben2 en daarom in staat zijn hogere melkinkomsten te genereren. Een hoge incidentie van kreupelheid en/of mastitis in oudere dieren is ongewenst op zowel bedrijfs- als sectorniveau. De resultaten van het onderzoek laten zien dat extra selectiedruk op deze kenmerken de incidentie kan verlagen. De DWP$ is ontwikkeld om een balans te vinden tussen productie en gezondheid. De resultaten uit het onderzoek bewijzen dat selecteren op DWP$ bijdraagt aan het verbeteren van de levensproductie, de gezondheid en de levensduur van de veestapel en daarmee een hogere opbrengst.

De genetische capaciteit verhogen
Wilt u aan de slag met de DWP$? Dan kunt u met CLARIFIDE Plus uw vaarskalveren genomisch testen. Met kennis van de DWP$ van uw vaarskalveren kunt u dieren gerichter selecteren en betere paringen maken. Dit leidt tot een snellere genetische vooruitgang. Zo werkt u toe naar een veestapel die de genetische capaciteit bezit om een beter levensrendement te realiseren.

Referenties:
1: Fessenden, B., Weigel, D. J., Osterstock, J., Galligan, D. T., & Di Croce, F. (2020). Validation of genomic predictions for a lifetime merit selection index for the US dairy industry. Journal of Dairy Science, 103(11), 10414–10428. https://doi.org/10.3168/jds.2020-18502
2: Ray, D. E., T. J. Halbach, and D. V. Armstrong. 1992. Season and lactation number effects on milk production and reproduction of dairy cattle in Arizona. J. Dairy Sci. 75:2976-2983. https://doi.org/10.3168/jds.S0022-0302(92)78061-8.

MM-12013

 

Aanmelden nieuwsbrief