Onderzoek wijst uit:

Op drie manieren de investering in de merkertest terugverdienen

Door zo min mogelijk koeien te vervangen een hoger rendement halen. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Amerikaanse onderzoeker Anthony McNeel en Ierse onderzoekster Shaileen McGovern leggen uit hoe je met genomics stuurt op koeien die gezond oud worden en zo van een merkertest een nuttige investering maakt voor de toekomstige veestapel.

"Of je nou boert in Ierland, de Verenigde Staten of Nederland, de meest rendabele koeien produceren niet alleen goed, ze zijn ook op tijd weer drachtig en hebben weinig gezondheidsproblemen", begint de Amerikaanse Dr. Anthony McNeel. Zijn Ierse collega, Shaileen McGovern vult aan: "Het gaat altijd om een balans tussen kenmerken. Dat ligt bij een vaarskalf al vast in de genen." McNeel en McGovern zijn werkzaam bij Zoetis Genetics waar zij onderzoek doen naar genomics en wat dit voor melkveebedrijven oplevert. Daarnaast zorgen ze voor ondersteuning bij het implementeren van genomische data op melkveebedrijven over heel de wereld. Beiden zijn dan ook nauw betrokken bij de resultaten die deze melkveehouders halen.

haarmonster merkertest

"Genomics geven ons een kijkje in de toekomst. Met de merkertest van CLARIFIDE Plus lezen we in het DNA uit een haarmonster van een vaarskalf af hoe zij later als melkkoe zal presteren. Ook zien we wat haar sterke en zwakke eigenschappen zijn", vertelt McGovern. "Een melkveehouder kan daar op drie manieren voordeel uithalen."

  1. Precies genoeg jongvee opfokken
    "Ten eerste levert efficiënt omgaan met de stal- en productieruimte door het opfokken van precies genoeg jongvee voordeel op. Het opfokken van een vaarskalf kost zo'n 2300 euro1. Bij een afkalfleeftijd van 24 maanden, komt dat neer op zo'n €3,15 per kalf per dag. Op basis van de merkerfokwaarden kun je bepalen wat de genetisch beste dieren in de veestapel zijn om daar een vaarskalf uit te fokken. Ook gebruik je de merkerfokwaarden voor het kiezen van de best passende stier die de gewenste eigenschappen doorgeeft en verbetert", licht de Ierse onderzoekster toe.
  2. Meer vleeskalveren verkopen
    "Het inzetten van gesekst sperma biedt meer zekerheid dat er uit die goede pink of koe ook een vaarskalf komt", vervolgt ze. "Minder vaarskalveren aanhouden, betekent dat er meer kalveren beschikbaar zijn voor verkoop. Door de genetisch slechtere dieren te insemineren met een vleesstier, leveren die kalveren meer op. Op deze manier zorgen genomics al in relatief korte tijd voor een meeropbrengst."
  3. Een hoger rendement door genetische vooruitgang
    "De daadwerkelijke genetische, en daarmee ook economische vooruitgang is toch wel werk voor de lange termijn", vervolgt McGovern. "Van een inseminatie die vandaag plaatsvindt, zie je drie jaar later pas het eerste resultaat als de vaars opbrengsten uit melkproductie gaat genereren. Om een koe minder snel te hoeven vervangen, moeten productie, vruchtbaarheid en gezondheid in balans zijn. Alleen dan gaat zij een hoger rendement opleveren." McNeel vult aan: "Selecteren op één eigenschap brengt geen evenwicht, maar vrijwel altijd een offer. Dat zien we terug in de fokkerijstrategie van de afgelopen vijftig jaar. Selectie op voornamelijk melkproductie in de Holstein-veestapel wereldwijd, zorgde voor een slechtere vruchtbaarheid. Met merkerfokwaarden kunnen we de aanleg voor dit kenmerk meenemen in de selectiecriteria en via gerichte paringen de vruchtbaarheid weer verbeteren in onze veestapel."

Sturen met de rendementsindex DWP$
Voor een duurzame veestapel, is er dus genetische vooruitgang nodig op meerdere eigenschappen tegelijk. "Daarom werken we in de fokkerij met selectie-indexen", licht de Amerikaanse specialist genomics toe. "De Dairy Wellness Profit-index (DWP$) laat zien dat genetische én economische vooruitgang hand in hand gaan. Koeien die gezond oud worden, hoeven minder snel vervangen te worden en leveren zo meer opbrengsten uit melk op. Als ze dan ook nog bovengemiddeld melk geven, mede doordat ze op tijd drachtig zijn en weinig gezondheidsproblemen hebben, zorgt dat nog eens voor extra rendement. Daarom wordt de DWP$ ook wel 'de rendementsindex' genoemd."

Genetische aanleg voor hogere levensproducties
McNeel was de afgelopen jaren nauw betrokken bij diverse wetenschappelijke onderzoeken naar genomics en de DWP$-index. "Keer op keer zien we dat de genetische aanleg in de praktijk tot uiting komt. Koeien die goed scoren op bijvoorbeeld DPR (dochtervruchtbaarheid >0) zijn sneller weer drachtig en hebben een kortere tussenkalftijd. Hetzelfde zien we bij de gezondheidskenmerken. Hoe hoger de genomische fokwaarde voor een gezondheidskenmerk (>100), bijvoorbeeld mastitis, kreupelheid of baarmoederontsteking, hoe lager de incidentie2. De meest recente studie naar het effect van de DWP$ wees uit dat de stijging van ieder punt DWP$, €1,54 meer levensrendement oplevert3. Ook zijn koeien met een hoge DWP$-waarde minder gevoelig voor gezondheidsproblemen, ze geven meer melk en gaan langer mee. Daarmee is bewezen dat de voorspellingen die we doen betrouwbaar zijn en uitkomen."

Resultaat = genetica + management
"Om merkerfokwaarden optimaal te gebruiken, is het belangrijk om een plan voor lange termijn te maken. Een stip op de horizon. Een doel kan bijvoorbeeld zijn: 'koeien een lactatie langer op mijn bedrijf houden.' Samen met de CLARIFIDE Plus-adviseur geeft een melkveehouder invulling aan hoe dat te bereiken", vertelt McGovern. "Op basis van de genetische aanleg wordt duidelijk welke dieren aan dat doel kunnen voldoen. Daarnaast geven genomics inzicht in de minder sterke kanten van de veestapel. Genen liggen vast, ze zijn alleen nog te managen. Is de veestapel bijvoorbeeld meer dan gemiddeld gevoelig voor mastitis, dan kun je in de huisvesting en melktechniek het risico op infecties beperken. Net zo lang totdat de genetische vooruitgang zijn werk heeft gedaan en de koeien daardoor minder gevoelig zijn voor de aandoening."

Investeren in de veestapel van morgen
"Vertrouwen op genomische data is, vooral aan het begin, wennen", merkt McGovern op. "De cijfers geven inzicht in je toekomstige veestapel, maar echt resultaat en de genetische vooruitgang volgt na een aantal generaties. Een investering die geduld kost, maar als die toekomstige veestapel een of meer extra lactaties vol maakt, is dat zeker de moeite waard."

Dr. Anthony McNeel
Dr. Anthony McNeel
Principal Scientist,
Global Genetics Technical Services,
Zoetis

Shaileen McGovern
Shaileen McGovern
Senior Scientist,
Global Genetics Technical Services,
Zoetis

Referenties:
1. Boulton A.C. et al., An empirical analysis of the cost of rearing dairy heifers from birth to first calving and the time taken to repay these costs, 2017, Animal, Aug;11(8):1372-1380
2. McNeel AK, Reiter B, Weigel D, Osterstock J, Di Croce F. (2017) Validation of genomic predictions for wellness traits in US Holstein cows. Journal of Dairy Science. https://doi: 10.3168/jds.2016-12323
3. Fessenden, B., Weigel, D. J., Osterstock, J., Galligan, D. T., & Di Croce, F. (2020). Validation of genomic predictions for a lifetime merit selection index for the US dairy industry. Journal of Dairy Science, 103(11), 10414–10428. https://doi.org/10.3168/jds.2020-18502

MM-16944

Wilt u meer informatie?

Neem dan contact met ons op.

Contact opnemen

Aanmelden nieuwsbrief